Volumerendering
Voor een serie beelden van hetzelfde volume is het mogelijk om het volume in verschillende visualisaties weer te geven op basis van volumerendering.
• MPR: Multi Planar Reconstruction
• 3D: 3-dimensionale weergave
Neem contact op met Dedalus-ondersteuning om deze optionele functie in of uit te schakelen.
|
WAARSCHUWING
|
|
De nauwkeurigheid van de beelden die worden bekomen met volumerendering hangt af van de kwaliteit, pixelafstand en coupe-afstand (relatieve beeldpositie voor elk beeld in de serie) van de originele beelden. Afhankelijk van de weergave (zoom, gekozen coupedikte, renderingmodus, oriëntatie, ... ) kunnen nieuwe berekende pixels worden weergegeven in de leemtes tussen de originele pixels, en/of kunnen afzonderlijke pixels een herberekening zijn van meerdere originele pixels. De gebruiker moet zich hier altijd van bewust zijn en alle gegevens en bevindingen in de beelden die met volumerendering zijn bekomen, verifiëren ten opzichte van de originele serie alvorens medische beslissingen te nemen of diagnoses te stellen.
|
|
Opmerking
|
|
Deze functionaliteiten worden niet ondersteund op mobiele apparaten.
|
Volumerendering en andere reconstructies of renderings zijn alleen beschikbaar voor beeldenseries die aan de volgende vereisten voldoen:
• Modaliteitstypes: CT, MR
• Aantal beelden: 10 of meer
• Beeldoriëntatie: beelden moeten dezelfde oriëntatie hebben
• Beeldtype: monochroom
• Kleurendiepte: geen 8-bits beelden
Beschikbare weergaves
Viewports die volumerendering ondersteunen, hebben de knop 3D (Volumerendering) in de werkbalk, die in elk van de beschikbare weergaven kan worden geactiveerd:
• 2x2: geeft een axiale, coronale, sagittale en 3D-weergave in 4 viewports.
• Drievlak: geeft een axiale, coronale en sagittale MPR-weergave in 3 viewports.
• Coronaal
• Axiaal
• Sagittaal
• 3D
U kunt schakelen tussen de weergaven met de 3D-knop in de werkbalk of het contextmenu (rechtermuisklik) onder Weergave.
In elk van de weergaven worden de overlays weergegeven zoals in de oorspronkelijke serie.
Aantal | Aanduiding | Beschrijving |
|---|
1. | Patiëntinformatie | Patiëntinformatie, zoals de naam, geboortedatum en patiënt-ID van de patiënt. |
2. | MPR-renderingmodus | De MPR-renderingmodus geeft aan welke renderingmodus en coupedikte van toepassing zijn voor die weergave. Voorbeeld: MIP 0,89 mm. |
3. | Studie-informatie | Studie-informatie, zoals de procedure en de studiedatum. |
4. | Serie-informatie | Serie-informatie, zoals het serienummer. De beginweergave (sagittaal, coronaal, axiaal of 3D) wordt ook weergegeven. |
5. | beeldinformatie | Beeldinformatie, zoals lengte en breedte van het beeld, beeldnummer in de serie en zoomniveau. |
6. | Referentielijnen | In elk van de vlakken worden de snijpunten met de andere MPR-vlakken weergegeven als gekleurde interactieve referentielijnen. Deze referentielijnen kunnen worden gebruikt om de weergaven te roteren of het middelpunt te verslepen en zo door het volume te navigeren. |
MPR-instellingen
Voor de MPR-weergaven is het mogelijk om de coupedikte aan te passen via de MPR-instellingen. U kunt de MPR-instellingen vinden in het 3D-menu of door te klikken op de overlay van de MPR-renderingmodus (zie nummer 2 in de tabel hierboven).
• Stel de renderingmodus in:
◦ MIP: geeft de maximale intensiteitsprojectie weer voor elke pixel in het volume binnen het bereik van de coupedikte (lichtste pixels).
◦ MinIP: geeft de minimale intensiteitsprojectie weer voor elke pixel in het volume binnen het bereik van de coupedikte (donkerste pixels).
◦ AvgIP: geeft de gemiddelde intensiteitsprojectie weer voor elke pixel in het volume binnen het bereik van de coupedikte (gemiddelde van de pixels).
• Pas de coupedikte aan:
Wanneer u de weergaven aanpast, kunt u de schuifregelaar gebruiken om de gewenste coupedikte aan te geven. Terwijl u de schuifregelaar beweegt, passen de verschillende MPR-weergaven zich aan de coupedikte aan die het dichtst bij de gewenste coupedikte ligt.
Die kunnen variëren afhankelijk van de coupedikte, de pixelafstand en de coupe-afstand van de originele serie, naast de oriëntatie van de specifieke weergave.
3D-renderingmodi
U kunt de 3D-modus aanpassen om te bepalen hoe 3D-rendering gebeurt. Dit kan worden gedaan via het 3D-menu.
• MIP
• Standaard CT
• Botten
• Vaatstelsel
• Schedel
• Long
• Weke delen
Daarnaast kan de tool Window Level helpen om minder of meer dichte pixels uit het volume in de rendering uit te filteren.
3D-clipping
Met 3D-clipping kan een referentievakje worden weergegeven in de MPR-weergaven waarin u het bereik kunt aanpassen van het volume dat moet worden weergegeven. Pixels buiten de gedefinieerde vormen worden genegeerd wanneer de 3D-weergave wordt gemaakt.
Tools en acties
U kunt scrollen, zoomen, pannen en het window level aanpassen op beelden die zijn bekomen met volumerendering.
Voor de MPR-weergaven (axiaal, sagittaal, coronaal) zal het zoomniveau altijd worden bijgesteld en gelijktijdig mee veranderen. De 3D-weergave verandert afzonderlijk.
Momenteel is het niet mogelijk om metingen uit te voeren of annotaties toe te voegen in de volumerenderingweergaven. Het is raadzaam om dat te doen op de originele beelden.