|
Icoontjes
|
Beschrijving
|
||||
|---|---|---|---|---|---|
![]() |
Window level: hiermee past u de helderheid en het contrast aan van het geselecteerde beeld.
|
||||
![]() |
Indeling: hiermee kunt u de schermindeling aanpassen.
|
||||
![]() |
Schermvullend: hiermee geeft u de serie op het volledige scherm weer.
|
||||
![]() |
Zichtbare elementen: Hiermee kunt u de schermvullende modus toepassen; de titelbalk, de seriespicker, de anamnese en de overlays weergeven/verbergen; en de schaalfactor van diagnostische monitors configureren.
• Instellingen voor schaalfactor:
◦ 100%◦ 150%◦ 200%◦ 250%• Door een voorgedefinieerde schaalfactor toe te passen op een scherm met een specifieke resolutie, wordt die schaalfactor toegepast op elke diagnostische monitor met dezelfde resolutie of hoger. • U kunt nog steeds een grotere schaalfactor toepassen op schermen met een hogere resolutie. De schaalfactor zal dan op dezelfde manier worden toegepast op elke diagnostische monitor met die resolutie of hoger.
|
||||
![]() |
De beschikbare readingprotocols voor de op dit moment geopende studie
|
||||
![]() |
Vorige stap in readingprotocol
|
||||
![]() |
De stappen in het (automatisch) gekozen readingprotocol
|
||||
![]() |
Volgende stap in readingprotocol
|
||||
|
Opmerking |
|
|
|
De beschikbare readingprotocols kunnen verschillen, afhankelijk van aantal monitors, type studie, beschikbare series, ...
|
|
Tip |
|||||||||||||
|
|
Afhankelijk van het type studie, worden onderaan het menu Window level een aantal voorgedefinieerde instellingen (voorinstellingen) weergegeven.
Als u bijvoorbeeld de longen beter wilt bekijken, klik dan op Long.
U kunt ook gebruik maken van volgende sneltoetsen:
|
||||||||||||
|
Belangrijk |
|
|
|
Deze voorinstellingen vindt u niet bij elke klant terug. Afhankelijk van de locatie waar de studie is uitgevoerd, vindt u voorinstellingen in het menu Window level.
|
|
Opmerking |
|||||
|
|
Handelingen op mobiele apparaten
Ongeacht welke beeldfunctie of beeldbewerkingstool u gebruikt, kunt u zoomen en het beeld verschuiven door:
• Zoom: beweeg twee vingers open en dicht om in- en uit te zoomen op een beeld.
• Pan: houd twee vingers tegelijk op het scherm en verschuif het beeld.
Alle beeldfuncties en beeldbewerkingstools kunt u gebruiken door met 1 vinger het scherm aan te raken, wanneer ze actief staan.
Bv: Gebruik de scrol-tool door op en neer te bewegen met één vinger op het beeld.
|
||||